Familierecht

Begrippenlijst

Aanvaarden: Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam.
Beneficiair: aanvaarden Dit is een bijzondere manier van accepteren van een erfdeel. Er moeten bepaalde formaliteiten worden vervuld. Als er niet voldoende bezittingen zijn om de schulden te betalen, hoeft de erfgenaam het tekort niet zelf bij te betalen.
Bewind: Periode waarin het erfdeel wordt beheerd door iemand anders (bewindvoerder). Een erfgenaam kan dan niet zelfstandig beschikken over de geërfde goederen (vaak gebonden aan leeftijdsgrens).
Codicil: Een wilsbeschikking die niet door de notaris wordt opgemaakt. Het moet een zelf geschreven en ondertekend document zijn. Het codicil is geschikt voor het vermaken van bepaalde kledingstukken, sieraden of inboedelgoederen of om vast te leggen hoe men begraven of gecremeerd wil worden.
Erfdeel: Dat deel van de nalatenschap waarop een erfgenaam recht heeft.
Erfrecht: Het geheel van rechtsregels en wetsbepalingen dat de overgang van de nalatenschap op de erfgenaam regelt.
Executeur: Degene die door de erflater is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen.
Geldvordering: Het recht om van een ander geld te krijgen.
Goederen: Alle bezittingen inclusief geld.
Langstlevende echtgenoot: De huwelijkspartner die zijn echtgenote overleeft.
Legaat: Een specifiek onderdeel van de nalatenschap voor een specifieke erfgenaam bedoeld (bijvoorbeeld geld, sieraad, auto, meubelen etc.).
Legitieme portie: Dat deel van de nalatenschap waarop (klein)kinderen minimaal recht hebben.
Nalatenschap: Het totaal aan bezittingen en schulden dat iemand na zijn overlijden achterlaat.
Testament: Een notarieel vastgelegd document dat wordt opgesteld om af te wijken van het versterferfrecht. Iedereen van 16 jaar en ouder mag een testament laten opmaken.
Testamentair erfrecht: De regels die gelden als iemand een testament heeft gemaakt.
Verblijvingsbeding: Een overeenkomst tussen twee partijen waarin ze afspreken dat als de één overlijdt, de gezamenlijke goederen eigendom worden van de ander.
Vereffenaar: De persoon die door de rechter wordt aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen, als de erfgenamen niet gevonden kunnen worden. Soms kan ook een erfgenaam vereffenaar zijn.
Verklaring van erfrecht: Verklaring waarin staat wie de erfgenamen zijn, afgegeven door een notaris.
Versterferfrecht: Erfrecht dat geldt als iemand geen testament heeft gemaakt. Hiervoor wordt ook de term wettelijk erfrecht gebruikt.
Verwerpen: Het niet accepteren van een erfdeel, er afstand van doen.
Vruchtgebruik: Het recht om goederen van een ander te gebruiken.
Wettelijke verdeling: De langstlevende echtgenoot krijgt de nalatenschap. De kinderen krijgen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel. Deze geldvordering is opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot.
Wilsbeschikking: Een regeling die iemand maakt om te bepalen wat er na zijn overlijden moet gebeuren (ook wel uiterste wilsbeschikking genoemd).
Wilsrecht: Het recht dat een kind heeft om goederen uit een nalatenschap in eigendom te krijgen als sprake is van stieffamilie.

Infracom